De start

We zijn niet zomaar begonnen met een jeugdwerking Krav Maga (deze was pedagogisch onderbouwd vanuit de lesgevers hun ervaring en kennis). Maar we willen steeds onszelf verbeteren om een betere kwalitatieve Krav Maga Jeugd training aan te bieden.

Regelmatig krijgen we de vraag van ouders die hun kind willen inschrijven voor Krav Maga lessen omdat deze gepest wordt op school. Als volwassen lesgevers stellen we vast dat het huidig pestgedrag bij de jeugd verschillend is als het pestgedrag die wij tegen kwamen in onze jeugd. We dienden dus op zoek te gaan naar een pedagogisch model dat wetenschappelijk onderbouwd is en strookt met de huidige realiteit.

In onze zoektocht kwamen we bij ‘Rots & Water’ met handboeken die vrij verkrijgbaar waren en die een model aanboden met theoretische onderbouwde stellingen en tal van praktische oefeningen (lezers die weet hebben van andere gelijkaardige modellen nodigt de auteur hun uit om dit via email te informeren, email zie onderaan deze tekst).

Een controversiële vraag

De sociale media is iets schitterend. Stel een controversiële vraag en verschillende personen voelen zich geroepen om hier op te antwoorden. De auteur van dit artikel heeft dit dan ook gedaan.

De vraag: “Werkt Rots & Water voor 80% van de personen die gepest worden op school?”.

Bij deze vraagstelling via sociale media werd er gevraagd om enkel kritisch te antwoorden indien dit wetenschappelijk onderbouwd was. Dit resulteerde in twee wetenschappelijke studies met betrekking tot ‘Rost & Water”.

Wetenschappelijk: Samenvatting Positieve Resultaten ‘Rost en Water’

Wetenschappelijke Studie 1 : LINK

  • Hieronder vindt u de letterlijke teksten van bovenstaande link.
  • Wanneer de voor- en nameting werden vergeleken, apart voor de interventiegroep en de controlegroep, rapporteerden kinderen in de interventiegroep een afname in twee vormen van pesten, een afname in alle vormen, op één na, van gepest worden, een hogere mate van zelfregulatie, globaal zelfvertrouwen en sociale acceptatie en een lagere mate van depressieve gevoelens.
  • Het lijkt erop dat vooral winst werd behaald voor de verschillende vormen van gepest worden in vergelijking met de verschillende vormen van pesten.
  • Wellicht dat de psychofysieke aanpak van R&W en de focus op het vergroten van de kracht van het kind en het lichaamsbewustzijn, meer veranderingen teweegbrengen in de perceptie van slachtoffers van pesten. Het is echter niet duidelijk in hoeverre variatie in programma-aanpak (bijvoorbeeld verbaal cognitief, psychofysiek, of meer creatieve vormen van aanpak door middel van videospel of buddymentoren) van betekenis is voor de effectiviteit met betrekking tot pesten en gepest worden.
  • Wanneer verschillen tussen de interventiegroep en controlegroep in verandering over tijd werden onderzocht, bleek dat de twee groepen verschillen op een tweetal variabelen van pesten (pesten ‘overig’, fysiek gepest worden). De leerlingen die het R&W-programma hebben gevolgd, rapporteerden grotere verbeteringen dan de leerlingen in de controlegroep, wat lijkt te indiceren dat R&W voor deze subtypes van pesten betekenisvol is.
  • Naast de vormen die zijn onderscheiden, zijn er wellicht nog andere vormen van pesten of meer subtielere vormen van pesten die daar niet onder vallen. Zo zijn er in het huidige onderzoek verbeteringen gevonden na het volgen van R&W in de categorie ‘overig’ pesten. Er is echter geen informatie beschikbaar welke manier van pesten het kind heeft toegepast.
  • De grotere afname in de perceptie van fysiek gepest worden in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep is goed voorstelbaar gezien de fysieke aard van het R&W-programma. Fysieke communicatie, het fysiek contact maken en eigen en andermans grenzen respecteren, het leren opkomen voor jezelf en zelfcontrole ervaren, kan zorgen voor het gebruiken van alternatieve oplossingsstrategieën en houdingen waardoor iemand wellicht minder snel fysiek gepest zal worden. De perceptie van twee belangrijke bouwstenen van het R&W-programma, zelfregulatie en globaal zelfvertrouwen, verbeterden over tijd in de interventiegroep, terwijl dit niet veranderde in de controlegroep.
  • Ten slotte is er een grotere afname van depressieve gevoelens in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep. 

Wetenschappelijke Studie 2 : LINK

  • Hieronder vindt u de letterlijke teksten van bovenstaande link.
  • Wat betreft sociaal gedrag is gevonden dat Rots en Water ervoor zorgt dat de mate van teruggetrokken gedrag minder ver van de norm afzakt dan in de groep die geen Rots en Water training hebben ontvangen.
  • In de tweede plaats blijkt Rots en Water tot een stijging in de mate van assertiviteit te leiden. Assertiviteit is van groot belang in sociale situaties.
  • Rots en Water leidt ook tot een stijging van het slachtofferschap in pestgedrag. Het gaat hierbij om het zelf gerapporteerde mate van slachtofferschap. Dit resultaat lijkt negatief te zijn, maar er is een andere mogelijke verklaring voor deze stijging, namelijk de bewustwording van het probleem.
  • Er zijn moderatoren van invloed op het effect van Rots en Water op cognities en sociaal gedrag. In de eerste plaats is gevonden dat de mate van onrealistisch zelfbeeld sterk gedaald is bij leerlingen die de VMBO basisberoeps- of kadergerichte leerweg volgen. Bij de groep leerlingen die de VMBO theoretische of gemengde leerweg volgen zijn op de nameting geen significante verschillen gevonden. Dit resultaat is als positief te beschouwen omdat een te hoog zelfbeeld volgens Thomaes en collega’s (2009) kan leiden tot externaliserend probleemgedrag.De verklaring hiervoor is dat jongeren met een opgeblazen zelfbeeld een groot ego hebben en heftig reageren op het krenken van dit ego.
  • In de tweede plaats is gevonden dat de score van niet-westerse allochtonen op de mate van teruggetrokken gedrag beter op norm bleef dan de gehele experimentele groep. Zoals eerder besproken is het op norm blijven van de score voor de mate van teruggetrokken gedrag te zien als een positief resultaat. Uit deze gegevens valt te concluderen dat Rots en Water het meest effectief is in het behouden van voldoende teruggetrokken gedrag bij niet-westerse allochtonen.
  • De mate van onvriendelijk gedrag is significant afgenomen in de groep die voorafgaand aan de interventie een zeer hoge mate van onvriendelijk gedrag vertoonden. Een mogelijke verklaring hiervoor is “regression toward the mean”.
  • De doelstelling van dit onderzoek was om het effect van Rots en Water op cognities en gedrag van jongens in het VMBO onderwijs te onderzoeken. Uit dit onderzoek is gebleken dat Rots en Water effectief is in het op norm houden van de mate van teruggetrokken gedrag bij de gehele onderzoeksgroep, maar bij niet-westerse allochtonen was dit effect sterker. Rots en Water is ook effectief in het laten toenemen van de mate van assertiviteit.

Wetenschappelijk: Samenvatting Wetenschappelijke bedenkingen bij  ‘Rost en Water’

Wetenschappelijke Studie 1 : LINK

  • Hieronder vindt u de letterlijke teksten van bovenstaande link.
  • Er zijn een aantal beperkingen bij dit onderzoek te noemen. Ten eerste zijn alle gegevens verkregen door middel van zelfrapportages van leerlingen. Dit maakt het lastig om de bijdrage van methodevariantie te ontrafelen uit de gevonden effecten. Hierdoor is het tevens niet mogelijk om te beoordelen of het gedrag van de leerlingen daadwerkelijk is veranderd of alleen de perceptie van gedrag. Daarnaast is het mogelijk dat leerlingen sociaal wenselijk hebben geantwoord, met name op het gebied van pesten en gepest worden. Omdat pesten een negatieve lading heeft, kan het zijn dat kinderen zich er niet mee identificeren of zich niet realiseren dat hun gedrag schadelijk kan zijn (Castro, Veerman, Koops, Bosch, & Monshouwer, 2002; Stassen Berger, 2007). Daardoor is er wellicht sprake van onderrapportage van pesten. Ook kunnen slachtoffers de situatie onjuist waarnemen of rapporteren (Camodeca & Goossens, 2005). Pellegrini (2001) geeft aan dat pesters en slachtoffers
    hoogstwaarschijnlijk onderrapporteren wanneer de antwoorden vertrouwelijk zijn (zoals in de huidige studie) in plaats van anoniem. De gevonden relaties zouden in dat geval in de praktijk dus sterker kunnen zijn.
  • Ten tweede, en wellicht samenhangend met sociale wenselijkheid, is de betrouwbaarheid van relationeel pesten op T1 niet voldoende. Omdat verschillende vormen van pesten/gepest worden echter niet vaak onderzocht worden en omdat drie van de vier gerapporteerde alfa’s voor relationeel pesten/gepest worden wel voldoende betrouwbaar zijn (0,60 voor pesten T2 en 0,74/0,76 voor gepest worden T1/T2), is ervoor gekozen om deze schaal toch te behouden en hierover te rapporteren. Resultaten met betrekking tot relationeel pesten (T1) moeten wel met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Het is aan te bevelen om de betrouwbaarheid te verbeteren in vervolgonderzoek.
  • Ten derde is gewerkt met R&W-trainers (leerkrachten) die R&W voor het eerst toepasten. Een voordeel is dat trainers hierdoor vergelijkbaar zijn in ervaring en startniveau. Het is echter mogelijk dat meer ervaren R&W-trainers voor grotere veranderingen kunnen zorgen.
  • Ten vierde is in het huidige onderzoek een verkorte versie van het R&W-programma uitgevoerd en onderzocht. Hoewel het volledige programma uit dertig lessen bestaat, zijn in de dertien lessen die zijn gegeven alle thema’s aan bod gekomen. In het volledige programma vindt er meer herhaling en meer variatie op dezelfde thema’s plaats, zodat de vaardigheden meer tot automatismen worden getraind voor de kinderen. Het is onduidelijk wat daarvan de gevolgen zouden kunnen zijn voor de resultaten van het programma. En hoewel in het huidige onderzoek een controlegroep is geïncludeerd en de scholen willekeurig zijn toegewezen aan de condities, is alleen een voor- en nameting afgenomen. Om meer te kunnen zeggen over de effectiviteit van het R&W-programma wordt aangeraden om in vervolgonderzoek het volledige R&W-programma te onderzoeken, alsmede een follow-upmeting te doen om de langetermijneffecten in kaart te brengen. 

Wetenschappelijke Studie 2 : LINK

  • Hieronder vindt u de letterlijke teksten van bovenstaande link.
  • Er zijn ook een aantal limitaties van deze studie te noemen. In de eerste plaats zijn deze te vinden in de implementatie van de interventie. Rots en Water beoogt als universele interventie een school brede implementatie, wat betekent dat het programma moet leven binnen de gehele school en gegeven moet worden aan iedere leerling (Ykema, 2010). Binnen het onderzoek was dit niet mogelijk omdat er slechts een aantal klassen per school participeerden. Dit betekent dat een universele interventie eigenlijk op een licht geïndiceerde wijze werd geïmplementeerd. Hiernaast hadden de scholen moeite om Rots en Water goed op te nemen in het reguliere schoolprogramma. Hierdoor vond de training vaak pas aan het einde van de dag plaats. Dit leidde regelmatig tot weerstand van leerlingen. Deze weerstand leidde vaak ook tot vertragingen waardoor niet het hele programma uitgevoerd kon worden. De laatste limitatie rondom de implementatie van Rots en Water is de aanpassingen die de trainers zelf gemaakt hebben aan het programma. De reden hiervoor was dat de trainers het programma niet vonden
    aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Tot slot is er sprake geweest van een verkort programma. Het inkorten is wel in samenspraak met de ontwikkelaar van Rots en Water uitgevoerd, maar hierdoor was het programma niet compleet gelijk aan de eigenlijke interventie.
  • In de tweede plaats zijn limitaties te vinden in de procedure van dit onderzoek. De
    schalen die pestgedrag, teruggetrokken gedrag en onvriendelijk gedrag gemeten hebben vroegen naar de gebeurtenissen in de afgelopen drie maanden. Dit betekent dat tijdens de nameting werd gevraagd naar de gebeurtenissen vanaf het moment dat de interventie begon in plaats van na afloop van de interventie. Hiernaast zijn er moeilijkheden geweest in de opzet van het onderzoek. Hierdoor zijn er na afloop van de willekeurige indeling in onderzoeksgroepen enkele scholen afgevallen en bijgekomen. Hierdoor moesten de nieuwe scholen ingedeeld worden in de al bestaande indeling. Dit is ondervangen door voorafgaand aan de analyse te controleren of de twee onderzoeksgroepen statistisch gelijke waarden scoorden op de voormeting. Dit bleek het geval te zijn voor zeven van de acht schalen. Hierdoor
    viel te zeggen dat de randomisatie grotendeels succesvol is geweest.

Conclusie van de auteur

De lezer kan reeds zelf met bovenstaande info een aantal conclusies trekken.

Ter info: bij het lanceren van de controversiële vraag had ik reeds een mening die dankzij de wetenschappelijke studies genuanceerd werd (in beide richtingen). Door de bedenkingen weet ik echter dat mijn zoektocht naar kennis nog niet op zijn einde is. Ik zal in de komende maanden verder op zoek gaan naar personen die ervaring hebben met ‘Rots & Water” om mijn kennis te vergroten. Wordt vervolgd ….

Heb je extra info: contacteer de auteur

Email: merelbeke.kravmaga@gmail.com

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.